13.7.17

Zien. Verlangen. Durven. En dan doen.

Ondanks de vele bomen schijnt de zon door het bladerdek recht in mijn gezicht. Is dat de reden dat ik niet kan geloven wat ik zie? Ik kijk nog eens. Nee, wat ik zie is echt! Mijn tweejarig neefje ligt op zijn buik, terwijl zijn voetje zoekt naar de eerst volgende tree naar beneden. Dat het hem, met zijn korte beentjes, gelukt is om in dit houten huisje te klimmen is haast niet te geloven. Maar dat hij nu zelfstandig weer naar beneden klimt vind ik verbazingwekkend. 
Met een geconcentreerd gezichtje grijpt hij om zich heen. Ik zie dat hij de afdaling spannend vindt, maar schijnbaar niet zo spannend als zijn andere optie; de glijbaan!

Voor ons volwassenen lijkt het zo simpel, waarom moeilijk doen als het makkelijk kan? Je neemt toch gewoon de makkelijkste weg?! De glijbaan dus! Totdat je zelf aan zo’n figuurlijke glijbaan komt te staan. Hoe makkelijk geef jij je dan over aan zo’n diepe, steile en snelle afdaling?

Momenteel sta ik zelf bovenaan zo’n figuurlijke glijbaan. Jaren geleden kwam ik voor het eerst in deze speeltuin en bleef ik van een afstandje kijken. Ik zag anderen met veel plezier er vanaf glijden. En hoewel dit het verlangen bij me opriep om me met dezelfde overgave te laten gaan, kon ik me niet voorstellen dit ooit te zullen doen.

Een tijdje later kwam ik terug. Mijn verlangen was gegroeid, maar de angst was nog altijd groter. En dus besloot ik alleen maar even te voelen; hoe glad was zo’n glijbaan nu eigenlijk? En is het werkelijk in staat om zijn beloftes waar te maken? Hoe zou het zijn om er van af te glijden? Verder ondernam ik geen actie.

De diepte - Bianca van Baast
Weer een tijd later raapte ik mijn moed bij elkaar en liep naar de trap. Ik keek omhoog. Het was wel erg hoog! Maar ik voelde dat ik het moest doen. Ik zette mijn voet op een tree en deed een stap. En nog één en nog één. Toen werd ik bang. De veilige grond leek ver weg en mijn doel nog lang niet in zicht. Dus deed ik enkele stappen terug tot mijn voeten de grond weer raakte en verliet met neergehangen hoofd de speeltuin.

Niet veel later kwam ik terug. Ditmaal met het voornemen dat het me zou lukken! Met knikkende knieën liep ik weer naar de trap. Ik raapte al mijn moed bij elkaar en zette me af. Boven aangekomen voelde ik me euforisch! Ik had het gehaald! Ik was boven! 
Maar van boven ziet de glijbaan er toch een stuk anders uit dan van beneden! Er verscheen een brok in mijn keel en besluiteloos begon ik rondjes te draaien. Doe ik het wel, doe ik het niet? Uiteindelijk klom ik weer de trap af. Teleurgesteld. Ik was zo dichtbij. 

Ondertussen groeide mijn verlangen en begon mijn intuïtie zich er mee te bemoeien. “De volgende keer ga je gewoon op je buik liggen met je voeten naar beneden. Dan is het minder eng”, was haar advies. 
Nog niet zo lang geleden was het dan zo ver. Ik ben op mijn buik, met mijn benen eerst, van de glijbaan afgegleden. Het was doodeng, maar tevens een superervaring. 

Nu sta ik weer boven met knikkende knieën. Ik moet een keuze maken. Kies ik de trap of de glijbaan? Ga ik op mijn buik met mijn benen eerst of face forward? Ik hoop dat het face forward gaat worden, met mijn handen in de lucht, maar nu ga ik eerst moed verzamelen...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen